Het borrelhapjes liberalisme vreet ons allemaal op
Meer dan 14.000 mensen volgen Jona. Jij ook?
Er zijn twee soorten mensen die ik niet vertrouw.
De eerste soort zijn mensen die zeggen “dat ze dit normaal eigenlijk nooit doen”.
Zodra mensen dit zeggen, weet ik één ding heel zeker: dit doe je normaal ook.
De tweede soort mensen die ik niet vertrouw zijn een hele andere groep mensen. Dat zijn politici die zeggen dat ze liberaal zijn.
Niet omdat liberalisme een slecht idee is. Integendeel. Het is geweldig. Het is een van de mooiste ideeën die de mensheid ooit heeft gehad.
Nee, ik wantrouw ze om een andere reden. Ik wantrouw ze omdat er niets van klopt.
Ze zeggen liberaal te zijn in de manier waarop pseudo-vegetarische mensen zeggen dat ze “eigenlijk heel weinig vlees eten” terwijl ze donderdag een ribkarbonade hebben gehad, vrijdag een broodje kroket, en zaterdag bij de barbecue drie worsten en een halve kip.
De blinde vlek ter grootte van een Vinex-woning
Het begon, zoals de meeste politieke schandalen, met iets saais. De hypotheekrenteaftrek lag afgelopen week weer op tafel. Zoals het al decennia op tafel ligt.
Economen waren het eens — wat op zichzelf al een wonder is, economen zijn het normaal gesproken alleen eens over het feit dat ze het nergens over eens zijn — en die eensgezindheid luidde: dit moet weg.
Het is inefficiënt. Het is regressief. Het pompt belastinggeld van huurders naar huizenbezitters, van arm naar rijk, van mensen die al moeite hebben met rondkomen naar mensen die een verbouwing overwegen.
Laten we even stilstaan bij wat de hypotheekrenteaftrek eigenlijk is, voor wie het zich soms herinnert uit een belastingaangifte die hij zijn boekhouder laat invullen.
De regeling betekent, kortgezegd, dat de overheid een deel van jouw hypotheekrente betaalt. Hoe duurder je huis, hoe groter je aftrek, hoe meer de belastingbetaler — ook de huurder in zijn te kleine appartement in Schiedam, ook de zzp’er die nauwelijks rondkomt — meebetaalt aan jouw villa met carport.
Het is een herverdeling van arm naar rijk, verpakt in een fiscale regeling die klinkt als iets neutraals, iets technisch, iets saais, waardoor niemand er ooit echt boos over wordt.
Maar laten we dit eens terugvertalen naar de ideologie die de VVD zegt te zijn toegedaan.
Het liberalisme — het echte liberalisme, niet de borrelhapjesvariant — gelooft in vrije markten, gelijke kansen en de heilige koppeling tussen inzet en beloning.
Als jij harder werkt, verdien je meer. Als jij een risico neemt, pluk jij de vruchten. Niemand wordt bevoordeeld op basis van geboorte, afkomst of toevallig bezit. De overheid houdt haar poten thuis.
Maar nu komt het: de hypotheekrenteaftrek beloont precies het tegenovergestelde van wat het liberalisme wil belonen.
Het beloont bezit, los van enige inspanning. Geen extra arbeid, geen ondernemersrisico, geen toegevoegde waarde voor de samenleving. Alleen de warme, rustige aanwezigheid van stenen in jouw naam — en het bijbehorende jaarlijkse gevoel dat andermans belastinggeld geruisloos je rekening op stroomt, als een stille vriend die altijd betaalt. Je kan niet roepen dat de overheid haar handen van de markt moet afhouden, en vervolgens je hand ophouden voor de grootste woonsubsidie van het land.
De VVD zei: nee!
De VVD — de partij die zegt te geloven in de vrije markt, in gelijke kansen, in een overheid die haar handen thuishoudt — zei nee tegen het afschaffen van de grootste woonsubsidie van het land. Met het gezicht van iemand die oprecht niet begrijpt waarom u dat een probleem zou vinden.
Ik heb even naar dat gezicht zitten kijken.
Het is een interessant gezicht. Het is het gezicht van iemand die tegelijk twee dingen gelooft die elkaar volledig uitsluiten, en die dit heeft bereikt door nooit, op geen enkel moment, de moeite te nemen ze naast elkaar te leggen.
Het is een gezicht dat zegt: ik geloof in de vrije markt, en ik geloof ook dat de overheid mijn hypotheek moet subsidiëren, en ik zie hier geen enkel probleem.
Dat gezicht heeft een naam.
Dat gezicht is het borrelhapjes-liberalisme.
En het is dit borrelhapjes-liberalisme wat onze samenleving domineert.
Waarom het borrelhapjes liberalisme ons leven domineert
Het borrelhapjes-liberalisme is de kunst om een ideologie aan te hangen zoals je door een buffet loopt: je pakt wat je lekker vindt, je laat staan wat je niet aanstaat, en je gaat tevreden zitten zonder ook maar één moment het gevoel te hebben dat je iets verkeerd hebt gedaan.
Ik zou het borrelhapjes-liberalisme als volgt omschrijven.
Men zegt liberaal te zijn, maar in plaats van het liberalisme volledig te omarmen, pikken ze enkel de dingen eruit die zij lekker vinden en hen goed uitkomen. Ze pleiten voor de gelijkheid van kansen en vrije markten, maar alleen zolang ze hiermee zelf in het voordeel zijn.
Het is niet uniek aan liberalen, voor alle duidelijkheid. Socialisten doen het ook. Die geloven in solidariteit tot het moment dat hun kind op een andere school terechtkomt dan gewenst, waarna ze ontdekken dat “keuzevrijheid in het onderwijs” toch eigenlijk ook wel een waarde is.
Christenen geloven in naastenliefde, behalve als die naaste toevallig behoort tot hetzelfde geslacht.
Maar het borrelhapjes-liberalisme is een bijzonder geval, omdat bij liberalen de kloof tussen wat ze zeggen en wat ze doen zo spectaculair breed is dat je er bijna bewondering voor voelt.
De kern van het fenomeen is dit: de borrelhapjes-liberaal gelooft in principes zolang die principes hem niets kosten. Op het moment dat ze hem iets kosten — geld, positie, gemak, de jaarlijkse belastingteruggave die hij al heeft ingecalculeerd in zijn vakantiebudget — ontdekt hij de nuance.
En nuance, in de mond van de borrelhapjes-liberaal, is het mes waarmee hij zijn eigen principes de keel doorsnijdt terwijl hij fluistert dat hij ze eigenlijk heel hoog heeft zitten.
Om dit fenomeen goed te begrijpen, moet je de borrelhapjes-liberaal in zijn natuurlijke habitat bestuderen. Hij is te herkennen aan een aantal kenmerken.
Hij gelooft in de kleine overheid, behalve als de overheid subsidies verstrekt die hemzelf ten goede komen.
Hij gelooft in gelijke kansen, behalve als die gelijkheid zou betekenen dat zijn kinderen dezelfde startpositie innemen als de kinderen van zijn schoonmaker.
Hij is een ideologische passe-partout: hij past overal, maar sluit nergens echt.
Hoe de grondleggers van het liberalisme zich omdraaien in hun graf
Wat veel borrelhapjes-liberalen niet weten is dat het liberalisme van origine dus een radicale, progressieve stroming was. Niet de behoudende ideologie van degenen die hun vermogen willen beschermen, maar een frontale aanval op het systeem dat vermogen beschermde zonder dat er iets voor was gedaan.
In de achttiende eeuw leefde Europa onder feodale verhoudingen. De adel had alles. De massa had niets. En het mooiste — of afhankelijk van je positie, het meest walgelijke — was dat dit systeem volledig gerechtvaardigd werd door geboorte. Je hoefde niets te doen. Je hoefde nergens goed in te zijn. Je hoefde geen enkel risico te nemen, geen enkele prestatie te leveren, geen enkel probleem op te lossen. Je moest simpelweg uit de juiste baarmoeder komen. De rest werd geregeld door het systeem.
Hier is het pijnlijkste deel.
De mensen die het liberalisme hebben bedacht, zouden over al het bovenstaande woedend zijn. Niet een beetje geïrriteerd. Niet mild teleurgesteld. Woedend. Het soort woede dat je alleen voelt als je ziet hoe iets waar je heel erg van houdt, grondig en systematisch wordt vernield door mensen die beweren het ook heel erg lief te hebben.
John Locke, John Stuart Mill, Adam Smith waren het op één punt volstrekt met elkaar eens: onverdiend inkomen moest worden afgeroomd. Inkomen dat je niet had verdiend door arbeid, talent of ondernemersrisico — inkomen dat simpelweg naar je toe stroomde omdat je toevallig bezat — was niet de beloning die het liberalisme wilde uitdelen. Het was het probleem dat het liberalisme wilde oplossen.
Mill schreef dat het de onverdiende fortuinen zijn die beperkt moeten worden om de publieke zaak te waarborgen.
Adam Smith bekritiseerde overerving omdat iemand die grond erft noch de capaciteiten, noch de motivatie heeft om die grond optimaal te benutten.
Locke geloofde dat mensen de vruchten plukten van hun eigen arbeid — niet van de arbeid van hun grootvader. Dit waren geen linkse activisten. Dit waren de uitvinders van het liberalisme. En ze waren voor een hoge erfbelasting, voor het belasten van waardestijging van bezit, voor het doorbreken van privileges die niet waren verdiend.
Kies gewoon
Ik wil niemand dwingen iets te geloven. Dat is niet liberaal. Ik wil ook niemand dwingen consequent te zijn, dat is, getuige het bovenstaande, sowieso een verloren strijd.
Maar ik wil één klein dingetje vragen. Één bescheiden verzoek aan iedereen die zichzelf liberaal noemt terwijl ze de hypotheekrenteaftrek verdedigen, de erfbelasting verfoeien, de vermogensbelasting ontwijken, en ondertussen met het gezicht van een heilige spreken over gelijke kansen en eigen verantwoordelijkheid.
Stop met liberaal te zeggen.
Zeg gewoon wat je bent.
Zeg: ik ben voor het beschermen van wat ik heb.
Zeg: ik ben voor de vrije markt, behalve als die vrije markt mij benadeelt.
Dat is eerlijk. Dat is tenminste consistent.
Want het liberalisme — het echte liberalisme, het radicale en gevaarlijke en prachtige liberalisme van Locke en Mill — was een aanval op precies het systeem dat de liberaal van nu verdedigt.
Het was een idee dat zei: de wereld hoeft niet zo te zijn. Talent moet worden beloond. Inzet moet worden beloond. Geboorte niet.
Dat idee had moed nodig. Dat idee kostte mensen iets. Dat idee vroeg om consequentie, ook als die consequentie pijn deed.
Jij pakt er een hapje van, knabbelt er even aan, om het vervolgens met een vies gezicht terug te leggen.
Dat is geen liberalisme. Dat is het borrelhapjes-liberalisme.
Dat is iemand die lekker blijft eten van het bord van de gelijke kansen, zolang dit in zijn eigen voordeel is.







Top stuk! Vinger op de zere plek! Enige vraag die mij rest, wat gebeurt er met het kapitaal/vermogen dat is opgebouwd door hard te werken? Moet dat volgens de echte liberaal ook worden belast?
HRA afschaffen prima. Maar niet zonder eerst gekeken te hebben waarom die ooit is ingevoerd. Alleen maar afschaffen omdat het geld kost, is geen goede reden. Heel veel zaken kosten geld. En dat het niet past in het liberalisme is ook geen goede reden. En vooral niet accepteren zonder dat er iets voor terugkomt, bijvoorbeeld een lagere inkomstenbelasting.